Schaap:
- Alle niet-dragende botten bijv. nek, ribben, schouderblad.
- Alle dingen die orgaanvlees zijn, ook lever.
- Pens
- Kop
- Spiervlees
Van lam kun je alle bovengenoemde items geven, daarnaast alle botten.
Geit/hert/ree:
- Alle niet-dragende botten bijv. nek, ribben, schouderblad.
- Pens
- Alle dingen die orgaanvlees zijn, ook lever.
- Spiervlees
- Kop
Van geit (jong of volwassen) en van een jong hert/ree kun je alle bovengenoemde items geven, daarnaast alle botten.
Runderen:
- Alle niet-dragende botten bijv. nek, ribben, schouderblad.
- Strot
- Kopvlees
- Snijlingen/spiervlees
- Pens
- Alle dingen die orgaanvlees zijn, ook lever.
Van een kalf kun je alle bovengenoemde items geven, ook alle botten en zelfs de staart.
Gevogelte:
In zijn geheel, eventueel met veren die als ruwe vezel dienen. In stukken: vleugels, nekken, billen, .... Voorbeelden zijn: kip, eend, kwartel, parelhoen, fazant, eendagskuikens.
Konijn & haas:
Alles kun je geven, eventueel compleet met haren en kop.
Vis:
Zalm, wijting, tonijn, koolvis, sardientjes, makreel, ongepekelde haring, kabeljauw, tong, … Afhankelijk van de grootte van de vis, kun je deze in zijn geheel geven of de rauwe afvalproducten zoals koppen en filet. Ook de graten kun je probleemloos geven, deze "tellen" als bot. Een hele vis is dus een compleet prooidier, met orgaan, "spiervlees" en "bot".
Groenten:
komkommer, sla (diverse soorten), tomaat, paprika, bleekselderij, wortel, peultjes, andijvie, witlof, bietjes, pompoen, courgette, waterkers, peterselie, snijbonen, sperziebonen, …